INSTRUCTIE COLUMN: 5 tips om effectief te longeren

In het artikel van vandaag vertelt instructrice Solvej Rob hoe je effectief je paard kunt longeren. Want simpel een aantal rondjes om je heen laten lopen, daar heb je eigenlijk niet zo heel veel aan. Lees mee!

 

l

 

Solvej vertelt: “Longeren is een fijne manier om je paard een goede warming up mee te geven, om je paard te gymnastiseren, om te te trainen of als leuke afwisseling op het rijden. Ook kun je op deze manier je paard in de gaten houden: loopt hij zuiver? Is hij recht? Hoe is het met zijn balans? Maar.. Je hebt ‘longeren’ en ‘longeren’ zoals wij dat met een knipoog zeggen… 😉

Het longeren kan om de verkeerde redenen of op de verkeerde manier gebruikt worden. Longeren zou een aanvulling of zelfs onderdeel van je training moeten zijn. Niet om je paard even snel een keer mee rond te slingeren op een drukke dag of als een bezetene uit te laten razen als de wei geen optie is. Daar bereik je niks mee en in het ergste geval loopt je paard zelfs blessures op.

Wij willen op stal onze paarden longeren met het idee dat ze lopen alsof ze gereden worden. Dat betekent niet dat ze altijd even hard moeten werken, onder het zadel is de training immers ook niet altijd even intensief.

Met onderstaande tips hoop ik jullie wat handvatten te geven om het longeren uitdagender, leuker en functioneler te maken. Door middel van goed longeren kun je namelijk zoveel meer uit je paard halen, op welk niveau dan ook!

 

 

Tip1

Als je paard koud uit stal komt, dan zijn de spieren en gewrichten nog stijf. Vergelijk dat maar eens met je eigen lijf als je ’s ochtends vroeg op staat: probeer, terwijl je met je benen gestrekt staat, met je vingers je tenen aan te raken. Dat lukt dus echt niet! Dan begrijp je waarom tien minuten warm stappen (zonder ruiter) echt geen overbodige luxe is.

Begin vervolgens met simpele stukjes draf, wissel die weer af met stap en maak zo de drafgedeeltes steeds iets langer. Ook kun je ze langzamerhand intensiever maken, door korte stukken het tempo te veranderen. Pak daarna de galop een keer spelenderwijs mee.

Let op: Zorg ervoor dat je links- en rechtsom zoveel mogelijk afwisselt.

 

Longeren

 

Tip2

De tweede tip is hulpteugels, maar wees hier vooral voorzichtig mee! Wanneer je geen ervaring hebt met bijzetten, vraag dan altijd om hulp aan je instructeur. Hulpteugels moeten iets toevoegen en omdat ze het paard toch min of meer in een bepaalde richting ‘drukken’, is het belangrijk dat dit kundig gebeurt. Als bijvoorbeeld de achterhand niet actief genoeg is of als je paard erg gevoelig is in de mond, kan een hulpteugel juist alleen maar averechts werken.

Kies voor elastiek
Zelf werk ik het liefst met bijzetteugels die een elastiek hebben, aangezien deze niet te stug zijn en dus de verbinding met de mond niet blokkeren als het paard zijn neus er iets meer uit wilt drukken.

Als je je paard bijgezet longeert, zorg er dan voor dat het in het begin niet té kort is afgesteld. Houd de neus het liefst aan of iets voor de loodlijn, zodat je paard vanuit de rug en schoft kan nageven, en niet alleen in de nek buigt. Paarden die graag duiken of erg op de voorhand lopen, zet ik het liefst niet te laag bij. Paarden die zich graag opdrukken zet ik juist wel weer iets lager.

Speel met de afstelling
Belangrijk is om te spelen met de afstelling. Een paard dat graag overbuigt maak je iets rechter aan de buitenkant en iets langer aan de binnenkant zodat de hals rechter wordt. Een paard dat moeite heeft met buigen kun je juist helpen door hem geleidelijk aan iets korter aan de binnenkant en iets langer aan de buitenkant bij te zetten. Doe niet ineens teveel, onthoud hierbij weer die stijve spieren als je ’s ochtends vroeg opstaat.

Let op: Vergeet niet dat goed ruggebruik altijd vanuit de achterhand komt, dus zorg ervoor dat je paard altijd voorwaarts blijft denken! Zet je paard nooit bij als er geen voorwaartse drang is.

 

Longeren 2

 

Tip3

Werk tijdens het longeren altijd in een driehoek: De schouder van het paard moet voor jou uit willen lopen, jij bent ter hoogte van de buik en de achterhand is de derde punt van de driehoek.

Daarnaast moet je jezelf tijdens het longeren iedere keer de volgende vragen stellen:

  • Hoe is het tempo?
  • Reageert mijn paard direct op mijn stemhulp?
  • Vertrekt hij vloeiend en komt hij makkelijk terug?

Met deze vragen controleer je iedere keer weer of er voldoende controle is. Laat je paard aan de longe geen dingen doen die je onder het zadel ook niet wilt. Op de wei of in de paddock is speeltijd en longeren/rijden is werk, bij werk staat veiligheid voorop.

Zou je er een klein kindje op zetten?
Als vuistregel voor voldoende controle houd ik het volgende aan: Ik moet er op ieder moment een klein kindje op kunnen zetten. Uiteraard doe ik dat niet, maar pas als ik daar vertrouwen in zou hebben, dán ben ik pas tevreden over de controle die ik heb.

Let tijdens het longeren eens op hoe je paard zijn overgangen maakt: duurt het lang voordat hij op gang is of schiet hij juist weg? Door het tegenovergestelde te vragen van wat je paard het liefste wilt en dat te blijven oefenen en herhalen, krijg je uiteindelijk meer controle over het tempo. Door de vele overgangen verbeter je ook meteen de gehoorzaamheid onder het zadel en werk je aan de losgelaten- en gedragenheid. Win-win!

Tempo te hoog
Wilt je paard steeds te hard, laat de zweep dan achterwege of gebruik ‘m om je paard mee af te remmen. Verklein de cirkel en houd de zweep rustig aan de voorkant van het paard, in plaats van de achterkant. Vaak zijn loperige paarden erg gevoelig en hebben genoeg respect voor de zweep om dan te remmen. Raakt hij juist nog meer van streek? Laat je zweep vallen, praat rustig met een lage toon en verklein de cirkel tot hij remt. Vergoot de cirkel pas weer als je controle hebt over het tempo. Herhaal dit tot je paard de rust heeft gevonden. Blijf zelf altijd rustig!

Tempo te laag
Als je paard juist te traag is, let dan goed op dat je zelf niet gaat meelopen met je paard. Zorg ervoor dat er op iedere hulp direct antwoord komt, net zoals onder het zadel. Drijf met de longeerzweep je paard van achter naar voor en ontspan bij de juiste reactie. Herhaal dit tot je paard uit zichzelf blijft lopen. Zo werk je meteen aan de impuls onder het zadel en heb je steeds minder hulpen nodig om hem aan de gang te houden.

 

 

Tip4

Longeren is bij juist gebruik ideaal om je paard losser en leniger te maken. Vergoot en verklein de cirkel zo vaak mogelijk. Laat je paard juist eens terugkomen in tempo als je de cirkel vergroot en voer het tempo iets op als je de cirkel verkleint. Zo maak je zowel de zijdelingse spieren als de spieren in de bovenlijn losser en sterker.

Loopt je paard erg over de schouder, let dan goed op dat je zelf niet teveel meeloopt of loop zelfs eens iets achteruit terwijl je je paard voorwaarts laat gaan.

Valt je paard erg naar binnen, gebruik dan je armen en/of zweep richting de schouder om je paard iets over de schouder weg te laten lopen tot hij makkelijker gaat buigen. Loop dan eens een keer juist richting de schouder en drijf je paard naar buiten. Zo leer je je paard rekken en buigen en maak je een begin voor de zijgangen.

Bandage achter de billen langs of om de hals
Paarden die graag hun achterbeen meer naar de staart bewegen dan onder hun buik door, kun je helpen door een zachte bandage achter de billen langs te binden. Zo wordt de achterhand gestimuleerd om er meer onder te treden. Paarden die hun onderhals strak willen houden, kun je helpen door een bandage vanaf de schoft onder de hals door terug naar de schoft te binden. De druk van de bandage maakt je paard bewuster van zijn lijf en helpt hem zijn lichaam beter te gebruiken. Let wel goed op dat je niet achter het paard gaat staan en vraag iemand je te helpen, niet ieder paard vind die prettig de eerste keren.

 

Longeren 3

 

Tip5

Over deze tip kun je weer een compleet nieuwe column schrijven, dus ik wil er nu niet te diep op in gaan. Maar door te spelen met balkjes en cavaletti kun je heel goed de buik- en rugspieren ontwikkelen en het balans verbeteren. Begin in stap en kijk goed of de afstand tussen de balken prettig is voor je paard (pas ze zo nodig nog aan). Zo leert je paard beter te buigen in zijn gewrichten en je rekt alle spieren op een heel natuurlijke manier op. Vooral voor paarden die het moeilijk vinden om hun rugspier te rekken en te ontspannen, is dit een goede manier om mee aan de slag te gaan.

 

 

Tip6

Zorg (natuurlijk!) voor degelijk materiaal. Rol de longeerlijn zo op dat er geen kleine lus om je hand komt die je hand zou kunnen beknellen maar rol ‘m ook niet te groot op dat je met je voet erin kunt staan.

Wanneer je met een hoofdstel longeert, draai de teugels dan altijd een paar keer rond en haal de keelriem er doorheen zodat je paard niet in de teugels kan blijven hangen.

Let er tenslotte ook op dat de longeerlijn niet over de grond hangt (anders kan je paard op de lijn trappen) en als allerlaatste: behoud ten alle tijden een veilige afstand tussen en jou en je paard, zodat hij je niet kan raken bij een vreugdebokje.

 

De mogelijkheden om meer uit het longeren te halen zijn eindeloos. Wat zijn jullie tips en creatieve ideeën? Laat het weten in een reactie op de Facebookpagina van Pumps & Paarden – klik hier!

Liefs, Solvej
(Meer lezen en zien van Solvej? Klik hier voor al haar artikelen op Pumps & Paarden en klik hier voor haar eigen Facebookpagina!)

1 comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *